Ga naar de inhoud
Koorpartij-Oefening
Menu overslaan
Menu overslaan
Koorpartij-oefening
Menu overslaan
Koorpartij-oefening
Koorpartij-oefening.nl
Oefennummers.
Toelichting.

Louis (Lazarus) Lewandowski (1821-1894) was een Duitse componist en dirigent met joodse wortels. Hij is vooral bekend geworden door zijn inzet voor een nieuwe liturgie ten behoeve van de joodse synagoge, waarin centraal een mengsel van westerse klassieke muziek en traditionele joodse gezangen, met daarnaast een belangrijke plaats voor het orgel. Ook dat laatste was bijzonder, want in de synagoge was het orgel verre vanzelfsprekend. De eerste keer dat orgelmuziek weer in de joodse eredienst werd toegelaten was in 1810, in Seesen vlakbij Hannover. Het moet ook van de plaatselijk geestelijk leider, Israel Jacobson (1768-1828), de nodige moed hebben gevergd om een dergelijke stap te zetten. Dat bleek al kort daarna, toen er een ware proteststorm vanuit de joodse gemeenschap in heel Duitsland opstak. Op het eerste gezicht misschien best vreemd, want in de Talmoed wordt wel degelijk melding gemaakt van het orgel als een van de instrumenten, aangeduid met 'magrepha', zoals die werden gebruikt tijdens de erediensten in de Tempel van Jeruzalem. De kentering kwam in 70 na Chr., nadat de Romeinen de tempel hadden leeggeplunderd en de dan nog sterk florerende joodse cultuur en alles wat ermee samenhing om zeep hadden geholpen, en de joodse gemeenschap het besluit nam dat ingevolge de diaspora de religieuze diensten zoals die in de Tempel werden gehouden, ook elders niet opnieuw meer tot leven te wekken. Met als gevolg dat niet alleen het orgel maar de instrumentale muziek überhaupt wereldwijd uit de synagogen werd verbannen. Vandaar de als het 'orgeldispuut' bekend staande 'cultuurschok' na die eigengereide introductie van het orgel in Seesen.
Maar hoe provocerend die daad ook geweest moge zijn, toch is het daar niet bij gebleven. Er kwam zelfs een positief vervolg dankzij de opkomst van het liberale jodendom, waardoor er in de synagogen weer ruimte kwam voor de vocale en instrumentale muziek. Joodse componisten gingen de gebeden in de synagoge van muziek voorzien, het verder aan de plaatselijke geloofsgemeenschap overlatende of er wel of geen orgel aan te pas mocht komen. Dat gold eveneens voor Lewandowski, die dat in zijn partituren altijd aangaf: met of zonder begeleiding van het orgel.
Een ander belangrijk aspect, samenhangend met een eeuwenlange traditie, betrof het wel of niet optreden van een gemengd koor in de synagoge. Dat had alles te maken met de regel dat mannen en vrouwen apart aan het gebed deelnamen en dat die scheiding in geen geval mocht worden geschonden. Het moet zeker voor een orthodoxe jood onverteerbaar zijn geweest: een gemengd koor dat optrad tijdens de liturgische dienst. Het lijkt geen overdreven vaststelling dat dit vandaag de dag nog zo zijn als daar in Seesen als wegbereider niet de moedige Israel Jacobson was geweest.
Maar het was een niet minder regelrechte provocatie om niet alleen 18 liturgische psalmen voor solisten, vierstemmig gemengd koor en orgel te componeren maar die ook, zoals Lewandowski deed, op te dragen aan 'Zijne Majesteit Koning Ludwig II van Beieren in het diepste respect'. En dan heb ik het nog niet over het feit dat, althans vanuit joods perspectief, de psalmen niet waren gezet in de oorspronkelijke taal, het Hebreeuws, maar in de Duitse vertaling van de hand van Leopold Zunz (1794-1886), de geleerrde historicus die een uitgebreide studie over het jodendom in gang had gezet. Dat de psalmen van David al sinds de Oudheid een fundamenteel onderdeel vormden van zowel de joodse als christelijke geloofsleer deed daaraan uiteraard niet af.


18 Liturgical Psalms
1. Der Herr Ist Mein Hirte (Psalm 23)
2. Deine Wege, Ewiger, Mache Mir Kund (Psalm 25,4-11)
3. Ewiger, An Den Himmel Reicht Deine Huld (Psalm 36,6-11)
4. Befiehl Dem Ewigen Deinen Weg (Psalm 37,5-6)
5. Mache Mir Kund, Ewiger, Mein Ende (Psalm 39,5; 90,12)
6. Wie Ein Hirsch Lechzet Nach Frischem Wasser (Psalm 42,2-4.6-7.9; 43,3-5)
7. Gott Ist Uns Zuflucht Und Veste (Psalm 46,2-4.8
8. Ein Reines Herz Erschaffe Mir, O Gott (Psalm 51,12-14)
9. Ganz In Gott Ergeben Ist Meine Seele (Psalm 62,2-3,6-9)
10.Dir Gebühret Lobgesang, Gott In Zion (Psalm 65)
11.Gott Sei Uns Gnädig Und Segne Uns (Psalm 67)
12.Wie Lieblich Sind Deine Wohnungen (Psalm 84)
13.Lass Mich Schauen, Ewiger, Deine Huld (Psalm 85,8-14)
14.Unsere Tage Zählen Lehr Uns Denn (Psalm 90,12-17)
15.Jubelt Dem Ewigen Alle Lande (Psalm 100)
16.Preise, Meine Seele, Den Ewigen (Psalm 103)
17.Ich Erhebe Meine Augen Zu Den Bergen (Psalm 121)
18.Wohlan, Preiset Den Ewigen (Psalm 134)
Terug naar de inhoud